Herziening beslissing UWV

Het belang van tijdig bezwaar en beroep instellen

Beslissingen van het UWV worden in de regel via een door de betrokkene in dienen bezwaar- en/of beroepsprocedure hersteld. Het is dan ook zaak tijdig bezwaar en/of beroep in te stellen tegen de beslissing waar het u het niet eens mee bent.

Bent u namelijk te laat met uw bezwaarschrift, dan wordt uw bezwaarschrift niet in behandeling genomen en is de beslissing van het UWV onherroepelijk. U heeft dan nog maar enkele mogelijkheden om het UWV te bewegen een voor u passende  beoordeling af te geven.

Afhankelijk van uw situatie heeft u dan de mogelijkheid tot het:

  1. aanvragen van een herkeuring
  2. opnieuw ziek melden als gevolg van toegenomen arbeidsongeschiktheid;
  3. indienen herzieningsverzoek op grond van nieuwe feiten artikel 6, boek 4 van de Algemene wet Bestuursrecht (artikel 4:6 Awb).

In dit laatste geval moet u als belanghebbende wel nieuwe (vaak) medische feiten kunnen aandragen die het UWV niet bekend waren op de datum van de originele beslissing.

Hier gaan wij verder op in, omdat dit in sommige gevallen toch mogelijkheden biedt voor een passende en gewenste uitkomst.

Mogelijkheden tot herziening (artikel 4:6 Awb)

Een UWV beslissing/beoordeling kan slechts in heel specifieke en bijzondere gevallen worden herzien. Dit is het geval indien er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheid blijken als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet Bestuursrecht die – indien tijdig bekend bij het UWV op de datum van de bestreden beslissing – tot een andere beslissing hadden geleid.

Welke feiten en omstandigheden kunnen succesvol tot een herziening leiden?

Artikel 4:6 Awb stelt:

“Indien na een geheel of gedeeltelijke afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan, is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Lid 2: Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, kan het bestuursorgaan zonder toepassing te geven aan artikel 4:5 de aanvraag afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beschikking”

Deze logische bepaling is opgenomen om te voorkomen dat afbreuk wordt gedaan aan het beginsel van formele rechtskracht.  Anders zou door indiening van een nieuwe aanvraag een nieuwe bezwaartermijn lopen, als bijvoorbeeld de bezwaartermijn van de eerste afwijzing niet is benut. Dat is natuurlijk niet de bedoeling van de wet en de gedachte achter het herzieningsinstrument.

Maar in de rechtspraak is de werking van artikel 4:6 uitgebreid op een zodanige wijze dat de belanghebbende niet snel effectief tot herziening zal komen. De definitie is namelijk:

“onder nieuw gebleken feiten en omstandigheden worden begrepen feiten of omstandigheden die zijn voorgevallen na het nemen van het eerdere besluit of die niet vóór het nemen van dat besluit konden en behoorden te worden aangevoerd, alsmede bewijsstukken van eerder aangevoerde feiten en omstandigheden die niet vóór het nemen van het eerdere besluit konden en behoorden te worden overgelegd. Is hieraan (wel) voldaan, dan is niettemin geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die een hernieuwde rechterlijke beoordeling rechtvaardigen, indien op voorhand is uitgesloten dat hetgeen alsnog is aangevoerd of overgelegd kan afdoen aan het eerdere besluit en de overwegingen waarop dat rust”

In gewone mensen taal wil dit zeggen dat geen herziening wordt aangenomen:

  • Herziening wordt alleen aangenomen als er sprake is van nieuwe informatie die niet beschikbaar is geweest op de datum van de eerdere UWV beschikking;
  • Was deze informatie echter wel beschikbaar geweest op deze datum, vast staat dat deze tot een andere beslissing zou hebben geleid.

Wilt u de mogelijkheden tot een herziening tegen het UWV onderzoeken, neemt u dan contact met ons op.